Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk 17-4-2020
  • 2 Minutes à lire
  • Sombre
    Lumière
  • PDF

Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk 17-4-2020

  • Sombre
    Lumière
  • PDF

There is no French content available for this article, You are viewing the fallback version (English).

Op 17 april 2020 heeft het Hof van Discipline in ’s-Hertogenbosch een uitspraak gedaan waarin de dienst Aangetekend Mailen wordt meegenomen in de rechtelijke beoordeling.
Bron: https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI_NL_TAHVD_2020_97

Hieronder worden delen van deze jurisprudentie uitgelicht die betrekking hebben op de dienst Aangetekend Mailen.

Inhoudsindicatie

Hoger beroep te laat, niet-ontvankelijk. Dat verweerder de hem per aangetekende mail toegezonden beslissing van de raad (mogelijk) niet heeft opgehaald komt voor zijn rekening en risico. De bewindvoerder van verweerder had beroep moeten aantekenen binnen 14 dagen nadat de beslissing van de raad haar betekend is.

Enkele feiten uitgelicht
2.1 Het beroepschrift van verweerder en zijn bewindvoerder tegen deze beslissing is op 20 december 2019 ter griffie van het hof ontvangen. Het hof heeft voorts kennis genomen van:

  • het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van de raad op 12 augustus 2019;
  • brief van de deken van 19 februari 2020;
  • brief van klaagster van 19 februari 2020.

2.2 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld ter openbare zitting van 13 maart 2020, waar mr. R.J. Alderse Baas namens de deken en klaagster zijn verschenen. Verweerder noch zijn bewindvoerder zijn verschenen.

De beoordeling; met betrekking tot Aangetekend Mailen uitgelicht
3.3 Het hof heeft ambtshalve navraag gedaan bij de raad over de wijze waarop deze uitspraak is verzonden. Het hof heeft de volgende informatie van de raad ontvangen:

  • Per mail van 14 april 2019 heeft verweerder de raad onder meer vanaf zijn

e-mailadres [e-mailadres] het volgende bericht:

“Tot slot wil ik de Deken en de Raad verzoeken correspondentie naar een kantooradres te zenden maar bij voorkeur naar het (laatst gebruikte) e-mailadres, waarvoor dank.”

  • De raad heeft de beslissing waarvan beroep op 9 september 2019 ”AANGETEKEND VERTROUWELIJK” verzonden naar dit e-mailadres. Dit blijkt uit het mailstatusoverzicht. Op verzending van beslissingen is het e-mailreglement van de raden, vastgesteld op 15 juni 2019, van toepassing.

  • Uit het door de raad verstrekte “Aangetekend Mailen Overzicht” aangemaakt op 07 januari 2020, blijkt:

       V aangetekend mailen in behandeling genomen         
       09-09-2019 16.10
       V aankondiging verstuurd
       09-09-2019 16.10
       V aankondiging afgeleverd                                                              
       09-09-2019 16.10
       V herinnering aankondiging verstuurd
       14-09-2019 17.49
       V herinnering aankondiging verstuurd
       19-09-2019 17.56
       V aantekende mail verwijderd vanwege verlopen ophaaltermijn
       24-09-2019 17.33
    

Het hof heeft partijen hierover op voorhand geïnformeerd en gevraagd het voorgaande te betrekken bij de mondelinge behandeling.

3.4 Artikel 1 van het gepubliceerde e-mailreglement van de raad, waarmee verweerder wordt geacht bekend te zijn, bepaalt voor zover hier van belang:

“Artikel 1 – Algemene bepalingen

a. De tuchtcolleges corresponderen zoveel mogelijk per (aangetekende) e-mail. Uitspraken worden in beginsel ook per e-mail verzonden.

(…)

d. De ontvanger is verantwoordelijk voor kennisneming van correspondentie van de tuchtcolleges.”

3.5 Ondanks daartoe (uitdrukkelijk) in de gelegenheid te zijn geweest, is verweerder niet ingegaan op wat onder 3.3 aan hem op voorhand is bericht, zodat het hof van de juistheid daarvan uitgaat. Het komt voor risico van verweerder dat hij de aan hem op het door hem opgegeven mailadres aangetekend verzonden mail niet heeft opgehaald en - mogelijk daardoor - niet binnen de beroepstermijn hoger beroep heeft aangetekend. Ook overigens heeft verweerder geen toereikende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe zouden kunnen leiden dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. Verweerder zal daarom in zijn op 20 december 2019 ingediende hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

Zie de gehele uitspraak op: https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI_NL_TAHVD_2020_97